Over mij

Ik ben geboren in 1953 in Harlingen en opgegroeid in Arum, een klein dorpje in het open Friese landschap. In dat jaar werden ook dichter & vriend Eppie Dam, componist & vriend Jan de Jong en mijn lief & levenskameraad Erik geboren. In dat opzicht was 1953 dus een goed jaar, maar daar kwam ik pas vele jaren later achter. Ik bracht mijn jeugd door in een warm, traditioneel gereformeerd gezin met 6 kinderen. Het waren sobere jaren: krappe en slechte huisvesting, geld voor iets extra’s was er zelden, kleding ging van kind op kind over, maar dat gold niet alleen voor ons gezin.

Schrijven ging me gemakkelijk af en vond ik leuk.  Toen ik op 14-jarige leeftijd een uitreiking van de romanprijsvraag van de KFFB (Kristlik Fryske Folks Bibleteek) bijwoonde wist ik het: daar wil ik staan. De manuscripten voor die prijsvraag konden anoniem worden ingezonden, die drempel was dus al overwonnen. Acht jaar later, in 1975, was het zover: ik debuteerde op 22-jarige leeftijd bij de KFFB met de roman ‘Hillige Minke’. Twee jaar later verschenen bij de KFFB opnieuw 2 boeken van mij.

Uit ‘It oeuvre fan Margryt Poortstra’ – Jitske Kingma in Trotwaer (2002):
Na het uitkomen van deze boeken schreef ik 10 jaar vrijwel niets. Niet dat ik niets deed: ik trok de wijde wereld in. Ik begon als leerling-verpleegkundige in de zorg voor verstandelijk-gehandicapten in Ermelo, maar dat was niet zo’n succes. Daarna werd ik secretaresse in de geestelijke gezondheidszorg, wat ik tot op vandaag doe, zij het bij verschillende werkgevers. Ik trouwde en we kregen 2 kinderen. We verhuisden naar Zeist en vervolgens naar Zeewolde, waar we nu nog wonen. Pas in 1987 verscheen nieuw werk: de dichtbundel ‘Krúswetter’, uitgegeven bij de KU (Koperative Utjouwerij). Ik was de sfeer van orthodoxie die toen bij de KFFB heerste ontgroeid.

Uit ‘It oeuvre fan Margryt Poortstra’ – Jitske Kingma in Trotwaer (2002):
Uit ‘Geschiedenis van de Friese literatuur'(2006) – diverse auteurs:

Er volgde een productieve periode: vijf romans, drie verhalenbundels, vier bundels met poëzie en een kinderboek. In 1991 schreef ik in opdracht het Friese Boekenweekgeschenk ‘Nachtljocht‘. Twee van mijn romans vertaalde ik naar het Nederlands, ‘Koudvuur’ en ‘Zuster‘ en de gedichtenbundel ‘Eva’ verscheen tweetalig. Kijk voor een volledig overzicht van mijn oeuvre op de website van de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren, een mooi overzicht inclusief korte verhalen en gedichten uit tijdschriften en artikelen over mijn werk.

Uit de gedichtenbundel ‘Krúswetter’ (1987):

Daarnaast ben ik ook altijd religieus-liturgisch werk blijven schrijven. Zo verscheen in 1990  het tweede deel van ‘Wat in gelok’ (1990), een bundel kinderliederen van Eppie Dam, Folkert Verbeek en mij. Vanaf begin deze eeuw kwam de nadruk steeds meer te liggen op het religieus-liturgische werk, dat grotendeels in de Nederlandse taal verscheen, maar ook nog wel in het Fries. Het begon echt op gang te komen in de jaren 2004 en in 2005 toen er 2 liederenbundels verschenen: ‘Op adem’ en ‘Taal en Teken’, gevolgd door meer liederen en daarnaast musicals en oratoria.

Uit ‘Naar de psalmen’ (2014):